Een vraag,

wild idee

of leuke opdracht? 

Rien de Mey

Generaal De Ceuninckstraat 48, 2800 Mechelen riendm@gmail.com  |  +32 476 45 21 92

BINNENKIJKER.

La maison en rose

Stéphanie, Jan en hun vier kinderen ruilden een spierwitte, strakke villa in Overijse in voor deze eigenwijze Leuvense modernistische stadswoning met roze vloeren. Ze douchen ’s zomers buiten en de vier kinderen ravotten in een stenen zitkuil die overwoekerd mag worden door het groen.

Verschenen in Het Nieuwsblad 

“Eigenlijk ben ik een chaoot”, zegt Stéphanie Carels. “En dat klopte niet helemaal met ons vorige huis. Het was een moderne, witte villa. Ook mooi hoor, maar veel cleaner, met witte muren en een witte keuken. Het was een stijl die bij het huis paste, maar misschien toch niet zo bij ons, als gezin. Want als alle details in je interieur kloppen – bijna als in een showroom – is de kleinste valse noot storend. Ik was voortdurend aan het poetsen en liep achter mijn koekjes kruimelende kinderen aan met een bezem. En zo wilde ik helemaal niet zijn. Dit huis voelt als een bevrijding: het is een gezellige plek waarin geleefd kan worden. Waar ik wél de tijd vind om eens met de ene te schaken en met de andere huiswerk te maken. Velen verklaarden ons gek, toen we de villa verkochten. Maar het is uiteindelijk maar een hoop bakstenen. Een huis is toch vooral de plaats waar je tijd met je kinderen doorbrengt?” En zo vielen Stéphanie en Jan plots voor een andere hoop bakstenen, uit 1938, in Leuven. Naar de stad verhuizen, sprak hen wel aan, zeker met vier kinderen die ze dan overal met de bakfiets naartoe zouden kunnen brengen. “Circusscholen, turnles en voetbalkampen: er is hier zo veel te doen. In Overijse hadden we dan wel een grotere tuin, we zaten er eigenlijk nooit in. Omdat het zo’n voortdurende herinnering was aan al het werk dat er nog in moest gebeuren. Dat gevoel wil je eigenlijk niet hebben, thuis.”

 


Van de keuken in de tuin

En toch moest er ook aan het nieuwe huis nog heel wat veranderen voor Stéphanie zichzelf en haar gezin erin zag wonen. “Het was hier heel gesloten. Veel aparte hokjes en kleine, donkere kamers. We hebben de ruimte opengetrokken. En alle parketvloeren geschilderd, beneden in diepblauw, in de rest van het huis roze.” Ook de keuken – nog tijdelijk ingericht met Ikearekjes tot er genoeg gespaard is voor een nieuwe – is een blikvanger. Ze loopt dankzij de grote ramen die helemaal openzwaaien over in de tuin. Een idee van Greg Geertsen, een bevriende architect. “We lieten hem los op het huis. Het moest een creatief project zonder beperkingen worden. Nu ja, behalve de budgettaire dan.”

 

Monetgroen

De tuin mocht ditmaal wél makkelijk zijn in onderhoud. Geen lap groen gras (moet je toch maar afrijden) met een enkele boom (wordt toch maar kaal in de winter). De stadstuin moest een echte belevenis worden. Gelukt, want met de bakstenen zitkuil (waar opzettelijk grote groeven tussen bleven, zodat het onkruid hem kan overwoekeren), een buitendouche en een houten raamwerk in de kleuren van Monets bruggen, is hij op z’n zachtst gezegd uniek. “Het is het werk van Jan Minne. Een heerlijk geflipte gardenist die bovendien exact weet welke planten waar het best tot hun recht komen. Nog even wachten en de tuin is helemaal overgroeid. Hoe geweldig wordt dat?”
 

 

 

 

 

Het moest een creatief project zonder beperkingen worden.

Nu ja, behalve de budgettaire dan

...