Een vraag,

wild idee

of leuke opdracht? 

Rien de Mey

Generaal De Ceuninckstraat 48, 2800 Mechelen riendm@gmail.com  |  +32 476 45 21 92

“Op de duur waren we bijna collega’s die samen sliepen”

Negen jaar geleden zitten ze op café. Wanneer ze buitenwandelen, weten ze: wij tweeën, wij gaan een fictiereeks schrijven. Samen. Wat voor zo ongeveer elk ander koppel bij dromerige toogpraat zou blijven, werd in het geval van Julie Mahieu (34) en Jonas Geirnaert (36) De dag. Of ook wel: de fictiereeks die u sinds donderdag voor de tv gegijzeld houdt. “Dit is ons kindje.”

Verschenen in Het Nieuwsblad Magazine

Foto: Kris De Smet

Niet schrijven dat wij hier negen jaar aan gewerkt hebben, hé. Dat is niet zo. Het waren er eigenlijk maar vier.” Jonas doet een poging om de torenhoge verwachtingen nog gauw wat te temperen. Niet gespeeld: dat De dag bij de eerste release (afgelopen maart en exclusief voor Telenet-kijkers) al fel bejubeld werd, lijkt voor het scenaristenkoppel weer even vergeten. Want nu de thrillerreeks over de gijzeling in een bankkantoor ook op Vier gestart is, stonden Julie en Jonas voor een tweede première. Met evenveel bescheidenheid. Met dezelfde portie gezonde zenuwen. Alleen zonder de wallen. Julie: “Wij waren totaal begeesterd door dit project, De dag heeft jarenlang ons leven beheerst. Het voelt goed om dat eindelijk te kunnen delen.”

Een reeks waarvan jullie bijna een decennium geleden dachten: dit moeten we samen maken, waaraan jullie vier jaar werkten en waarin tweeënhalf jaar voltijds schrijfwerk kroop. Was het afkicken?

Julie: “Ik heb toch even nodig gehad om weer een ‘normaal mens’ te worden, ja. Wakker worden en denken: wow, mijn dag ligt nog volledig open. Na vier jaar tegen deadlines vechten had dat wel wat gewenning nodig.”

Jonas: “Stiekem vind ik dat dus leuk, die uitputtingsslag om de eindmeet te halen. Een dag voor de release zaten we nog in de geluidsstudio en dan ineens, met één vingerknip, is het gedaan. Meestal loop ik dan een week depressief. Nu had ik dat niet, omdat het rustig verder kabbelde. Onder-titels nalezen voor de Engelstalige versie The day (intussen te bekijken op Virgin On Demand in Groot-Brittannië, en SBS On Demand in Australië), internationale festivals bezoeken. We konden wat uitbollen.”

Misschien voelt het ‘afscheid’ minder abrupt omdat de release in twee fases verloopt? Een eerste deel kijkers kon De dag al in maart vorig jaar bingewatchen op Telenet, nu mag de rest van Vlaanderen mee nagelbijten op Vier. Denken jullie dat er mensen een tweede keer zullen kijken?

Julie: “Eerlijk? Ik hoop van wel.”

Jonas: “Dat zou echt tof zijn. Mijn ouders hebben de reeks ondertussen al vier keer gezien, maar dat mag ik niet als voorbeeld geven, zeker? Serieus: als je de clou kent en dan weer bij aflevering één begint, kijk je op een heel andere manier naar het verhaal. Dat was ook de bedoeling, dat het ‘her-bekijkbaar’ zou zijn.”

Julie: “We hopen dat we de kijker uit-nodigen om mee te puzzelen. Zelf vind ik het ook leuker als ik geprikkeld word en mee mag denken. Ik lig niet graag languit met een zak chips voor de tv.”

 

Een goede dramareeks, wat is dat voor jullie?

Jonas: “Geloofwaardige personages, dat vind ik het allerbelangrijkste.”

Julie: “Ik wilde net hetzelfde zeggen!”

Jonas: “Niet zomaar: dat is de flik, die onderzoekt een zaak, klaar. Maar mensen tonen die diepte hebben, die je als kijker ook écht beter kunt leren kennen. Een reeks moet je raken en dat kan alleen als je ook wat voelt voor de personages.”

Ik kan de creatieve meningsverschillen op één hand tellen

JONAS GEIRNAERT

,,

,,

Opzet geslaagd dan. Ik had zelfs te doen met jullie slechteriken, de gijzelnemers.

Julie: “Die personages dachten we het eerst uit. Zij zijn per slot van rekening degenen die de gijzeling in gang zetten. Waarom doen ze dat? Wat zijn dat voor mensen?”

Jonas: “In veel krimi- of politiereeksen heb je de superflik en de slechterik, twee iconische clichés. Daar wilden we dus heel ver vandaan blijven. Ik hou niet van slechteriken die slecht zijn omdat ze slecht zijn. Daar is niets boeiends aan. Wat wel interessant is, zijn mensen die verkeerde beslissingen nemen. Daden die verkeerd uitdraaien. Vlak voor de gijzeling begint, zie je een van de daders overgeven van de zenuwen. Dat zegt veel.”

Julie: “We wilden een reeks maken die de realiteit benadert zonder dat het een documentaire werd. Daarom zijn we met heel veel mensen gaan praten. Met psychologen, over de mens en mensen die criminele feiten plegen, met medewerkers van slachtofferhulp, maar ook met onderhandelaars van de politie. Van hen kregen we veel inside-information, over gijzelingen en hoe onderhandelingen in hun werk gaan. Ze vertelden natuurlijk niet alles – criminelen kijken ook tv – maar toch veel. We hebben zelfs een van onze personages, Ivo, vernoemd naar het hoofd van de speciale eenheden bij de politie. Bij wijze van bedankje.”

Zo veel research. Zijn jullie in het dagelijkse leven ook zo grondig?

Julie: “Ik zeker niet op elk vlak, maar Jonas is wel heel nauwgezet. Hij labelt bijvoorbeeld alles.” (lacht)

Jonas: “Ik hou gewoon niet van chaos. Ons huis is ook altijd heel opgeruimd.”

Julie: “We hebben een huis waar veel plaats is, dat niet te vol staat met spullen. Ik vind het fijn om thuis te kunnen ademen. Anderzijds, mijn bureau is een totaal chaoskot.”

Jonas: “En achter ons bed staan twee lage kastjes.”

Julie: “Allee Jonas, nee! Vertel dat nu niet!”

Jonas: “Onze gewassen kleren belanden in wasmanden en als die wasmanden vol zijn, belanden de kleren dus op die kastjes. Ondertussen hebben we die stapel ‘Mount Mahieu’ gedoopt. Soms groeit hij boven de sneeuwgrens uit. Dan zeg ik: ‘Julie, zullen we eens naar Mount Mahieu kijken?’ (lacht) Maar verder hebben we dus echt een heel opgeruimd huis, hoor.”

Samen een fictiereeks schrijven, mag ik dat letterlijk nemen? Zaten jullie dan thuis, tegenover elkaar aan hetzelfde bureau?

Julie: “Dat hing van de fase in het schrijfproces af. De verhaalstructuur hebben we helemaal samen bedacht en in elkaar gepuzzeld. Maar vanaf het moment dat we echt scènes gingen uitschrijven, ben ik apart gaan zitten.”

Jonas (plagend): “Waarom eigenlijk, Julie?”

Julie: “Weet je wat dat is? Tijdens het studeren had ik dat vroeger ook al. Ik ben gewoon heel snel afgeleid. Bijvoorbeeld door iemand die naast mij zit te typen. Ik moet mezelf echt opsluiten om te kunnen werken.”

Hoe was het om met je lief samen te werken?

Jonas: “Nog veel leuker dan verwacht. Ik was bang voor creatieve meningsverschillen. Stel: de ene wil A en de andere B. Dat is niet ongewoon tijdens een creatief proces, soms botst dat eens. Dat is zelfs nodig, want daardoor raak je vooruit. Alleen: wat als het je lief is, waarmee je botst? Toch een gewaagd idee. Maar kijk, in de praktijk viel dat supergoed mee. Ik kan de creatieve meningsverschillen op één hand tellen en die paar keer dat we er écht niet uitkwamen, vonden we uiteindelijk samen een idee dat nog beter was. Plus: ik durfde mijn ideeën ook wel sneller op tafel te gooien. Je stelt je toch meer open en kwetsbaar op, tegenover je partner.”

Julie: “Op die manier vond ik het zelfs gemakkelijker om samen te werken met Jonas. Je hoeft elkaar niet eerst helemaal af te tasten.”

Wat was er minder evident?

Julie: “De impact op ons leven, als koppel, had ik onderschat. Tijdens het schrijfproces draaide werkelijk alles rond De dag. Niet dat we non-stop achter onze computer zaten, maar gewoon bij elkaar zijn was al genoeg. Een idee. Een woord. Een scène. We werden constant door elkaar geprikkeld, ons hoofd stond nooit stil. Ook niet ’s avonds of tijdens het weekend. Dat maakte het moeilijk om als koppel echt nog een koppel te zijn. Op de duur waren we bijna collega’s die ook samen sliepen.”

Jonas: “Ik kon moeilijk aan Julie vragen hoe haar dag was geweest, want ik wist exact hoe haar dag was geweest. Dat vond ik wel beangstigend. Tegenover elkaar zitten en denken: oké, niet over de reeks babbelen. Maar: waarover dan wél?”

Julie: “Er was geen ruimte in ons hoofd voor iets anders, maar als we eerlijk zijn: wij wilden toen ook helemaal niet aan iets anders denken, hé? We waren zo begeesterd door het project. Op dat vlak was het wel fijn om die schrijffase af te ronden en De dag te kunnen delen met anderen. Onze producers Hilde De Laere en Michiel Devlieger waren er al in een vroege fase bij. Daarna kwamen regisseurs Gilles Coulier en Dries Vos. En vervolgens een fantastische cast en crew van misschien wel honderd mensen of meer. Het is pas toen dat we weer een beetje een normaal koppel zijn geworden.”

Dat vond ik wel beangstigend. Tegenover elkaar zitten en denken: oké, niet over de reeks babbelen. Maar: waarover dan wél?

JONAS GEIRNAERT

Stel dat wij ooit gegijzeld worden, dan zit Jonas in een hoekje te wenen, terwijl ik een oplossing probeer te vinden

JULIE MAHIEU

De dag is een ingenieuze dubbelvertelling: jullie verhaal over een uit de hand gelopen bankoverval wordt twee keer verteld. Eerst vanuit het perspectief van politie, pers en familie – een aflevering buiten – daarna vanuit het oogpunt van gijzelnemers en slachtoffers – een aflevering binnen. Julie, jij schreef de afleveringen die zich in de bank afspeelden, Jonas nam de afleveringen buiten voor zijn rekening. Hoe hebben jullie die rollen verdeeld?

Julie: “Ik wist meteen dat ik meer voelde voor de slachtoffers en de daders dan voor de politie.”

Jonas: “Julie is heel goed in menselijke scènes schrijven. En uitgerekend dat heb je nodig aan de kant van de slachtoffers. Ik ben misschien wat sterker in het puzzelen, ervoor zorgen dat alles klopt. Het politiewerk lag mij beter.”

Julie: “We haalden elkaars schrijfwerk wel voortdurend overhoop. Dan had de een plots weer een nieuw idee en moest de ander een aflevering helemaal herschrijven.”

Jonas: “Zonder overdrijven: ik denk dat daar minstens een derde van de schrijftijd is ingekropen. In een lineair verhaal verwissel je al snel eens iets van plaats. Door onze dubbele vertelstructuur was dat niet zo evident. Wilde ik iets aanpassen in mijn aflevering, dan moest ik polsen bij Julie. Paste dat ook in haar scenario? Meestal was dat niet het geval, dus dan moesten we soms wel acht afleveringen teruggaan om daar nog iets aan te passen of bij te schrijven. Zodat het weer klopte. De processie van Echternach was er niks tegen.”

Waarom eigenlijk een reeks over een gijzeling?

Julie: “Een gijzeling is zo boeiend! Er heerst overlevingsdrang: iedereen valt terug op zijn instincten. Als scenarist kun je op die manier iets puur menselijks tonen. Een gijzeling gaat recht naar de essentie van mens-zijn: leven en dood. En het is spannend: elke stap die iemand zet, kan er een richting vrijheid zijn. Of net niet.”

Jonas: “Vormelijk is het ook echt een geschenk. Zodra een gijzeling begint, weet je als kijker dat ze ook zal aflopen. Je wilt tot het einde kijken. Bovendien, voor we het idee van de gijzeling hadden, was er al dat concept van de dubbel-vertelling. Een gijzeling leent zich daar perfect toe. Binnen weten ze niet wat er zich buiten afspeelt en omgekeerd: dat zijn twee totaal verschillende standpunten op een presenteerblaadje.”

Doe eens een gok, hoe zouden jullie zich gedragen tijdens een gijzeling?

Julie: “Daar hebben we het zelf ook al over gehad. De conclusie: als we ooit zoiets ergs meemaken, zit Jonas in een hoekje te wenen, terwijl ik een oplossing probeer te vinden.” (lacht)

Jonas: “Julie zou de MacGyver van den hoop zijn. Mogelijk wel eentje die zichzelf verwondt tijdens het in elkaar knutselen van haar wapens, maar goed.”

Julie: “Of het me allemaal zou lukken, wil ik niet gezegd hebben. Maar ik zou wel veel proberen.”

Het idee voor De dag ontstond op café, maar is niet bij toogpraat gebleven. Hoe ga je van een straf idee naar een reeks met 150 draaidagen?

Julie: “Zonder te aarzelen. We zijn dat café uitgewandeld met het idee: wij gaan samen een fictiereeks maken. Waarover? Wisten we nog niet. Alleen dat we een verhaal vanuit verschillende standpunten wilden vertellen. We hadden nog een inciting incident nodig, zei Jonas, een situatie vanwaaruit je verhaal vertrekt.”

Jonas: “Ik wou natuurlijk indruk maken met wat moeilijke termen. (lacht) Neen, dat klinkt misschien overmoedig, maar in mijn hoofd is het simpel: als ik ergens enthousiast over ben, dan moet dat gemaakt worden. Punt. Ik trek het idee dan niet meer in twijfel. Terwijl er, rationeel gezien, over héél veel te twijfelen valt. Om zo’n ambitieuze reeks als De dag te maken moet je wel wat hindernissen over. Woestijnvis moest aan boord willen, we moesten een zender vinden, steun zoeken bij het VAF (Vlaams Audiovisueel Fonds, nvdr.). Allemaal stappen waarvan je op voorhand kunt denken: ai, zal dat wel lukken? Alleen: ik denk dat dan niet. Ik ga er gewoon compleet voor.”

Julie: “We hadden er ook érg veel zin in. Het grootste deel van het plot bedachten we op reis. We waren elf maanden samen weg. Wel: drie daarvan hebben we gespendeerd aan de reeks. We hadden ook gewoon op een strand kunnen liggen, hé. Zaten wij toen achter onze computer, dan was dat puur uit goesting.”

Wat is het meest romantische dat jullie, toen jullie het zo druk hadden met schrijven, voor elkaar deden?

Jonas: “Ik weet niet of dat het meest romantische moment was of het meest triestige (lacht), maar: kerstavond van het eerste jaar dat we samen aan het schrijven waren.”

Julie: “De cinema!”

Jonas: “We vochten tegen een deadline: een subsidiedossier voor het VAF dat klaar moest zijn. Dat was doorperen, dus we hadden geen plannen. Maar goed, die avond zelf vonden we dat toch maar wat zielig. Toen hebben we beslist: het is kerstavond, de computers gaan uit. We zijn naar de cinema gegaan en hebben pizza’s gegeten in een Cubaans restaurant.”

Julie: “Alles was volzet of gesloten.”

Jonas: “Iedereen zat bij familie of vrienden. En wij liepen daar maar wat alleen, in een lege stad. Toen we weer thuiskwamen, bleek dat ik het kraantje van het bad niet goed had dichtgedraaid. Het water stroomde langs de muren naar beneden. En dat klinkt nu heel onromantisch, maar het is wel iets wat me bijblijft. Dat wij toen hebben gezegd: nu gaan we één avond tijd voor elkaar maken, naar de cinema gaan, het bad laten overlopen en ervan genieten.” (lacht)

Heeft De dag jullie veranderd, als koppel?

Jonas: “Ongetwijfeld. Onze relatie is nog inniger en sterker geworden. Ik denk dat we wel mogen zeggen dat zo’n project misschien niet elk koppel gegeven is.”

Julie: “Wij hadden al samengewerkt bij De ideale wereld, maar toen maakten we vaak aparte reportages. Het is pas door De dag dat ik ook de ‘werk-Jonas’ leerde kennen. Ik denk dat ik hem nu beter kan begrijpen wanneer hij ’s avonds thuiskomt en het over zijn job heeft. Ik weet nu hoe hij de dingen ziet, hoe hij omgaat met anderen.”

Wat hebben jullie van elkaar geleerd?

Julie: “Ik heb maar een beetje kennis uit de boeken: het meeste dat ik leerde over fictie schrijven, leerde ik van Jonas.”

Jonas (tegen Julie): “Ik heb ook heel veel van jou geleerd, hoor. De manier waarop je personages kunt neerzetten: jij kunt iets vertellen met een half woord. Je schrijfwerk is zo subtiel.”

Is het voor herhaling vatbaar? Schrijven jullie binnenkort samen nog een reeks?

Julie: “Dat sluit ik niet uit. Al zal ik dan toch eerst even nadenken over de impact van zo’n project op ons persoonlijke leven. Toen wisten we niet waar we aan begonnen, nu wel. Dat scheelt.”

Jonas: “Ik zie dat zeker zitten, alleen misschien niet het eerstvolgende jaar. Gewoon omdat ik denk dat het gezonder is om nu even allebei wat anders te doen. Maar daarna? Waarom niet?”

Als afsluiter: jullie hebben ondertussen al zo veel vragen over De dag beantwoord. Op welke vraag van een journalist zitten jullie eigenlijk nog te wachten?

Jonas: “In het scenario zit één element waarover ik nog altijd niet tevreden ben omdat we het gewoon niet anders opgelost kregen. Vanaf de release verwacht ik mij dus al aan een: ‘Hela, dat klopt daar toch niet helemaal.’ Maar niemand die erover begint, dus dat is een goed teken. En neen, ik ga het nu ook niet zelf verklappen. Maar ja, er is altijd wel íéts in je eigen werk waarover je struikelt, ik herken dat ook bij collega’s die schrijven of voor tv werken. Zodra je vindt dat het helemaal perfect zit, klopt er iets niet.”

Julie: “Moeilijke vraag. Wedden dat ik hier morgen het juiste antwoord op weet? Of neen, wacht. Dat wil ik wel laten vallen: ik speel dus ook een klein rolletje in de reeks, forensisch expert bij de politie. Ik vond dat acteren heel leuk en zou dat graag wat vaker doen.”

Jonas: “Dus de vraag is dan: waarom speelt Julie eigenlijk geen hoofdrol in de reeks?” (lacht)

Julie: “Lach maar, ja. Maar ik meen dat wel: ik zou het fijn vinden om nog meer te spelen. Zo. Bij deze is dat idee dan ook gelanceerd.”